Historie

Inleiding

P1090481

dorpskerk Bathmen

In het centrum van het Sallandse brinkdorp Bathmen staat een beeldbepalende, monumentale Dorpskerk. Er zijn aanwijzingen, waaruit valt af te leiden dat er in de eerste helft van de 13e eeuw “op een hoogen roggenkamp” in Bathmen, al aan een kerk werd gebouwd. Deze kerk is door de bisschop van Utrecht geschonken aan de Grote of Lebuïnus te Deventer. Ze was hiervan een dochterkerk.

De kerk is gewijd aan Maria, de moeder van Jezus. Ze wordt daarom wel eens aangeduid als een Onze Lieve Vrouwe kerk. De afbeelding van Maria met het kindje Jezus in het wapen van de voormalige gemeente Bathmen, staat hiermee in directe relatie.

Dorth en ter Hunnepe

dorth

huize Dorth

Het huis van Dorth, het klooster ter Hunnepe (Colmschate) en het kasteel Arkelstein, zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het dorp Bathmen en haar omgeving.

De heer van Dorth was ”erfmarken – richter” van de marken Zuidloo en Dorth. De abdis van het klooster ter Hunnepe, had dezelfde functie voor de marken Bathmen en Loo. Samen waren zij ”erfkerkmeester” van de kerk in Bathmen. Hierdoor hadden zij het zgn. collatierecht. Dit betekende dat zij o.a. het recht hadden om de pastoor – en later de dominee – te benoemen. Tegenover de rechten bestonden ook een aantal plichten. De beide ”erfkerkmeesters” waren gehouden om aanzienlijke bijdragen te leveren voor de kerk.

grafsteen

grafstenen

Onder het koor van de kerk is in 1620 een grafkelder gebouwd, waarin 8 familieleden uit huize Dorth in loden kisten zijn begraven. Bij de restauratie in 1939 is deze grafkelder dichtgemetseld. Bovendien ligt in de vloer van de kerk een grafsteen uit 1532 van één van de heren van huize Dorth. De naam van de heer is vermoedelijk Dirck van Dorth. In het koor treffen we verder nog een grafsteen uit 1552 aan, waarop een kelk is afgebeeld. Dit duidt op de laatste rustplaats van een priester.

Verschillende bouwstijlen

kerkinterieur

kerkinterieur

Omstreeks 1250 is er reeds sprake van het bouwen van een kerk in Bathmen. Men neemt aan dat het koor en de toren in hun huidige vorm in de 15e eeuw zijn gebouwd. Het oorspronkelijk middenschip van de kerk, dat wat lager, maar ook iets smaller was dan het koorgedeelte, is in 1870 verwijderd. Tijdens deze renovatie werd het huidige middenschip gebouwd, dat werd voorzien van een tweetal forse zijbeuken. Er werd derhalve een drie-beukige kerk gecreëerd. In 1975 zijn de bijruimtes aan weerszijden van de toren verwijderd en volgens hedendaagse contouren compleet vernieuwd.

De toren is niet hoog, vierkant van model, en tussen twee puntgevels voorzien van een zogenaamd ”zadeldak”. Men spreekt dan ook van een zadeldaktoren.

Onder de toren door liep oorspronkelijk de hoofdingang van de kerk, waardoor men recht tegenover het koor de kerk binnen kwam. Zoals dat in meer plaatsen het geval is, is ook in Bathmen de toren van de kerk eigendom van de burgerlijke gemeente. In de tijd van keizer Napoleon (ca. 1800) is de toren gevorderd om te kunnen dienen als uitkijkpost. Waarschijnlijk is toen ook de toegang tot de kerk, onder de toren door, dichtgemetseld. De ingang onder de toren diende daarna als arrestantenlokaal. In deze tijd had de kansel een plaats gekregen aan de torenmuur van de kerk. Bij de restauratie in 1939 werd de kansel verplaatst naar de hoek op de noordelijke muur van het koor en het orgel naar de torenmuur. De banken werden 180 graden gedraaid zodat men in de kerk na deze herschikking van het interieur, het zicht heeft op het koor. In overleg met eigenaar van de toren, het bestuur van de voormalige gemeente Bathmen, werd bij de restauratie van 1975/1976 de toegang tot de kerk onder de toren weer hersteld.

muurschilderingen

muurschilderingen

Architectonisch zijn er momenteel na o.m. de gedegen restauraties van 1870, 1939 en 1975/1976, drie verschillende stijlen te onderscheiden. Dit zijn de late Gotiek van het koor en de toren, de Waterstaatstijl van het middenschip en de hedendaagse vormgeving van de bijruimtes langs de toren. Tòch is de Bathmense Dorpskerk een erg mòòie kerk gebleven. Aan de buitenkant komt het geheel misschien wat fors over, maar wel statig en imponerend. Bij binnenkomst van de kerk door de laat Gotische toren, komt men door een glazen tochtsluis. Deze is op zich zelf sober uitgevoerd, maar ze laat wel de diverse overgangen van de op een harmonieuze wijze samengevoegde bouwstijlen, onmerkbaar verlopen.